Zoeken
 

Weblog verkeersmaatregelen.nl


Welkom op onze weblog over verkeersmaatregelen en aanverwante zaken. Maandelijks plaatsen wij onze visie over verkeersmaatregelen. Wat valt ons op in de openbare ruimte aan verkeersmaatregelen, hoe gedragen verkeersdeelnemers zich en kan/wordt er op gehandhaafd.


Het is altijd onze intentie om waardevolle informatie te bieden met onze blogartikelen, echter de waarde van deze blogartikelen wordt voor een groot deel bepaald door de opmerkingen en vragen die lezers erbij plaatsen.


Daarom nodigen we je van harte uit om jouw inzichten bij te dragen aan de blogartikelen.


En kom dan ook weer eens terug om te lezen wat anderen hebben bijgedragen.


Hieronder vind je alle blogartikelen op een rijtje.

Veel leesplezier!

Weblog
okt 18

Geplaatst door: Peter Veringmeier
vrijdag 18 oktober 2019 14:41  RssIcon

Deel 1: Nut en noodzaak


Elke weggebruiker komt verkeersborden tegen. Het lijkt gemakkelijk om met het verkeer te communiceren doormiddel van borden over de (tijdelijke) wegsituatie. Maar in de praktijk blijkt dit best een uitdaging te zijn en zijn (verkeers)borden niet altijd even duidelijk.


In een reeks van artikelen geef ik aan waar je rekening mee moet houden om effectief te communiceren met behulp van verkeersborden. In dit eerste artikel sta ik stil bij nut en noodzaak van verkeersborden.


De weggebruiker

Langs en boven de weg krijgt de weggebruiker met behulp van (verkeers)borden informatie aangereikt over de wegsituatie, waarbij een (tijdelijke) aanpassing van de algemeen geldende verkeersregels van toepassing is. De weggebruiker neemt deze informatie op en moet zijn rijgedrag en zijn positie op de rijbaan daarop aanpassen.


Maar wie is die weggebruiker waar we mee communiceren? Feitelijk moeten we niet communiceren met de beste of gemiddelde weggebruiker, maar met de weggebruiker die het minst capabel is om aan het verkeer deel te nemen. Dus met (jonge) mensen met weinig ervaring en (oude) mensen met veel ervaring die hun aandacht niet altijd bij het verkeer houden. Of mensen die een beetje risico spannend vinden en opzettelijk of per ongeluk dingen verkeerd doen. Al die weggebruikers zijn op de weg toegelaten, dus moet de weg ook voor hen geschikt zijn.


Het gevolg is dat sommige verkeersborden misschien wat braaf overkomen: de meeste mensen kunnen best verschillende dingen naast elkaar doen, maar niet iederéén kan dat. Probeer je in de positie te verplaatsen van die niet zo perfecte, niet-alwetende en niet zo geïnteresseerde weggebruiker. Die weggebruiker is een gegeven. Het is aan jou om hem te helpen zich ondanks alles zo vlot en veilig mogelijk door het verkeer te bewegen.


Verkeersregeling

Het RVV 1990 gaat er vanuit dat de weggebruiker tot op zekere hoogte zelf in staat is te bepalen welk gedrag veilig is. De wegbeheerder heeft echter ook een eigen verantwoordelijkheid omtrent het wegontwerp en de toepassing van verkeerstekens. Desalniettemin is het wenselijk dat wegbeheerders streven naar een uniforme toepassing, plaatsing en uitvoering van verkeerstekens. Het betreft één van de pijlers van het concept ’Duurzaam Veilig Verkeer’, namelijk: voorspelbaar verkeersgedrag.


Wegen zijn aangelegd om weggebruikers vlot en veilig van herkomst naar bestemming te verplaatsen. Om het beoogde gebruik van de weg te bereiken moet je het ontwerp van de weg, de van toepassing zijnde verkeersregels en de inrichtings- en uitrustingselementen van de weg op elkaar afstemmen.


Het wegontwerp

Probeer in de eerste plaats te zorgen dat ongewenst gedrag geen kans krijgt: als een weg tot ongewenste snelheden en inhalen uitnodigt, is wegkantcommunicatie weinig effectief. Een weggebruiker moet aan de weginrichting kunnen herkennen welk gewenst gedrag van hem wordt verwacht (Duurzaam Veilig). Het wegontwerp dient zodanig te zijn, dat met de geldende verkeersregels (onder andere de snelheidslimiet) de weggebruiker veilig gebruik kan maken van de weg.


Laat de weg zoals Duurzaam Veilig voorschrijft ‘zichzelf uitleggen’. Het ontwerp dwingt bij voorkeur een vlot en veilig gedrag af. Herkenbare voorbeelden zijn ruime boogstralen, verkeersdrempels en krappere dwarsprofielen.

 

Verboden en geboden waar het beoogde verkeersgedrag niet door het wegontwerp worden ondersteund zijn niet door verkeersborden af te dwingen. Slecht wegontwerp maakt het er voor de fietsers niet veiliger op door er een verkeersbord bij te plaatsen.


De verkeersregels

Het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) kent verkeersregels (ook wel gedragsregels genoemd), die de basis vormen van de verkeersordening. Enkele voorbeelden zijn:

  • Artikel 3, hoofdstuk 2, paragraaf 1: Bestuurders zijn verplicht zo veel mogelijk rechts te houden.
  • Artikel 15, hoofdstuk 2, paragraaf 5: Op kruispunten verlenen bestuurders voorrang aan voor hen van rechts komende bestuurders.


Iedere weggebruiker volgt de bij de artikelen van dit reglement vastgestelde gedragsregels op, tenzij anders wordt aangegeven door verkeerstekens of aanwijzingen. Wat met verkeersregels geregeld kan worden, wordt dus niet met verkeersborden geregeld.


Verkeerstekens, waaronder bebording

Niet elk gewenst gedrag kan met een goed ontwerp of met gedragsregels worden afgedwongen. Verkeerstekens en andere inrichtings- en uitrustingselementen (verlichting, reflectoren, markering, enzovoort) zijn dan nodig om duidelijk te maken welk gewenst gedrag de wegbeheerder beoogt.


Het kan noodzakelijk zijn om met de weggebruiker te communiceren over fysieke elementen op de weg of om het wegverloop herkenbaar te maken. (Tijdelijke) bebording heeft hierbij als doel:

  • te informeren en te waarschuwen.
  • te verbieden of te gebieden.



Naast verkeersborden zijn er andere inrichtings- en uitrustingselementen die helpen om de weggebruiker te informeren, zoals bewegwijzering, straatnaamborden, openbare verlichting, markering en reflectorpaaltjes. Ook deze elementen zijn meestal bedoeld om (ondersteunende) informatie aan de weggebruiker te verstrekken, zodat deze zijn snelheid en positie kan aanpassen. Enkele voorbeelden zijn:

  • Reflectoren maken je door hun attentiewaarde in het donker duidelijk dat je bijvoorbeeld een oversteekplaats nadert en je jouw snelheid aan moet passen.
  • Wegmarkeringspijlen geven aan welke richting je moet oprijden vanaf een voorsorteerstrook.


Nut van verkeersborden

Een weggebruiker moet aan de weginrichting kunnen herkennen welk gewenst gedrag van hem wordt verwacht (Duurzaam Veilig). Dit moet leiden tot een veilige snelheid en juiste plaats op de weg. Daarmee verkleint de kans op ongevallen waarbij weggebruikers van de weg raken, op de helft van de tegenligger komen, of op hun voorliggers of kruisend verkeer botsen.


In enkele gevallen is het noodzakelijk om te communiceren waarom je een bepaalde maatregel neemt. Collectieve leefbaarheidsbelangen vereisen dan een bijpassend gedrag. Om de weggebruiker duidelijk te maken welk gedrag van hem wordt verlangd kan je dit met behulp van borden communiceren. Denk aan:

  • parkeerregimes, waarbij bijvoorbeeld parkeren in de binnenstad wordt ontmoedigd;
  • maatregelen tegen geluidshinder of tegen de uitstoot van schadelijke stoffen, doordat je bijvoorbeeld op een wegvak niet harder mag rijden dan in een (op het eerste gezicht) onlogisch lage limiet. Niet iedereen kan zien dat hier nog nieuw (en dus glad) ZOAB ligt of dat omwonenden erg veel last hebben van lawaai en/of luchtvervuiling door het verkeer op die weg.


Belangrijk is om van te voren te bepalen waarom je een verkeersbord wilt plaatsen. Welk resultaat wil je bereiken? Kan je dat doel ook bereiken zonder verkeersborden? Plaats je alleen verkeersborden om te gebieden en te verbieden, of doe je het ook om de hinder voor de weggebruiker te beperken, zodat hij weet waar hij aan toe is? En aan welke informatie heeft die weggebruiker dan behoefte?


Voorbeeld

Het is belangrijk dat een doelstelling SMART is: Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden. Dat betekent dat je niet alleen stelt: 'ik wil deze weg afsluiten', maar: 'ik wil de weggebruiker vertellen dat hij de komende maand deze weg niet kan gebruiken, hem de weg wijzen naar zijn bestemming en aangeven wat dit voor hem betekent'. Zo maak je je doel helder, uitvoerbaar en acceptabel.'


Noodzaak van verkeersborden

Door aanpassing van wegen en nieuwe functies worden vaak borden geplaatst zonder kritisch te kijken of dit echt noodzakelijk is. Bovendien wordt in nieuwe situaties het bestaande bordenbestand niet altijd opgeschoond. Ongemerkt groeit er dan een soort bordenwoud, met de bijkomende nadelen op het gebied van verkeersveiligheid, kosten en straatbeeld.


Van belang is om alleen dat te communiceren wat een toegevoegde waarde heeft voor de weggebruiker. De veelheid aan verkeerstekens op, langs of boven de weg vermindert de vrijwillige naleving daarvan. Steeds meer wegbeheerders zien dan ook het nut van sanering van hun bordenbestand in.


Het saneren van overbodige verkeersborden kan jaarlijks veel kosten besparen, maar nut en noodzaak moeten goed worden aangetoond. Ook hierbij is het van belang een duidelijk doel te formuleren:

  1. Bordenluw: het ‘opschonen’ van het bordenwoud.
  2. Bordenarm: het ‘aanpassen’ van de weginrichting
  3. Bordenvrij: het ‘herinrichten’ van de openbare ruimte


LEES OOK: Minder verkeersborden

 

Eindhoven Haren Waddinxveen

Het valt nog niet mee om een gebied bordenvrij te houden.
Vaak hebben weggebruikers via borden weer enige uitleg nodig

over hoe ze zich in een 'Shared-Space'-gebied moeten gedragen.


De Stichting Wetenschappelijk Onderzoek verkeersveiligheid (SWOV) heeft in januari 2009 hierover het volgende opgemerkt: “Eveneens is het nuttig uit te zoeken of het mogelijk is verkeersborden te verwijderen en onder welke omstandigheden. Gedegen onderzoek zal moeten uitwijzen hoe dergelijke veranderingen op een veilige manier zouden kunnen plaatsvinden”.


Verder neemt de SWOV het volgende standpunt in: “Toch zijn aanwijzingen noodzakelijk voor de verkeersveiligheid - dat geldt althans voor belangrijke verkeersregels zoals snelheidslimiet, open- of geslotenverklaring, rijrichting, plaats op de weg en voorrang. Deze regels zijn zo cruciaal voor het voorkómen van gevaarlijke situaties, dat er alles aan gedaan moet worden om de betreffende boodschap over te brengen aan alle weggebruikers (ervaren en onervaren) en onder alle omstandigheden (goed en slecht zicht). Deze informatie zal steeds expliciet gegeven moeten worden op plaatsen en tijdstippen dat de weggebruiker de informatie daadwerkelijk nodig heeft. Deze informatie is meer nodig naarmate omgevingsfactoren niet als vanzelf tot het gewenste veilige gedrag leiden. Op dit moment zijn verkeersborden en markeringen hierbij belangrijke hulpmiddelen. Het is niet goed in te zien of het zonder meer laten verdwijnen van deze hulpmiddelen de verkeersveiligheid ten goede zal komen.”


LEES OOK: Nut en noodzaak van verkeersborden


Wegkantcommunicatie is noodzakelijk als het gaat over zaken als geboden en verboden, nieuwe verkeersregels, wegwerkzaamheden of bijzondere (weers)omstandigheden. Algemener gezegd: juist in nieuwe situaties is communicatie vaak onontbeerlijk en zeer effectief.


Denk bij publieksgerichte wegkantcommunicatie over het hoe en waarom van een bijzondere situatie aan de volgende uitgangspunten:

  • Plaats alleen informatie die bijdraagt aan de geloofwaardigheid van maatregelen.
  • Plaats borden niet op de plaats waar de weggebruiker al zijn aandacht al bij de weg en het verkeer nodig heeft. Deze mag bijvoorbeeld niet vlak voor afritten of bij kruisingen staan, maar op ruime afstand vóór de wegopbreking.
  • Plaats borden geruime tijd van te voren zodat weggebruikers kunnen nadenken over alternatieven tijdens de wegopbreking.
  • Laat publieksgerichte informatie niet teveel afleiden van het verkeer.
  • Zorg ervoor dat informatie voor een specifieke locatie niet tot aansprakelijkheid leidt op andere locaties. Ook als er wél urgente informatie op staat, zoals ‘op deze brug wordt niet gestrooid’. Want mag de weggebruiker er dan vanuit gaan dat op alle andere bruggen wel is gestrooid, zodra hij daar overheen rijdt?


In de ‘Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens’ (UV BABW) zijn een aantal artikelen opgenomen, die je helpen om onnodige verkeersborden te voorkomen.


Artikel 4, UV BABW, hoofdstuk I, paragraaf 2

Verkeerstekens worden slechts toegepast, voor zover dit bepaald nodig is en nadat vervangende infrastructurele maatregelen zijn overwogen.


Het voorschrift dat verkeerstekens eerst worden toegepast nadat vervangende infrastructurele maatregelen zijn overwogen, is in overeenstemming met het streven naar terughoudendheid ten aanzien van de toepassing van verkeerstekens en de afwijzing van ge- en verboden. Er is dus geen verplichting om vervangende infrastructurele maatregelen te nemen.


De mogelijkheid om (fysieke) maatregelen te nemen is inherent aan de plaatselijke omstandigheden zoals bijvoorbeeld, de beschikbare ruimte. Als de infrastructuur niet zodanig is ontworpen dat verkeersgedrag goed wordt geregeld, dan moet je overgaan tot gedragsbeïnvloeding via borden, campagnes en andere aanvullende componenten. Het ongewenste gedrag dat uitgelokt en/of gedoogd wordt door de infrastructuur ga je dan zodanig beïnvloeden dat de situatie alsnog verkeersveilig wordt.


Artikel 1, UV BABW, hoofdstuk II, paragraaf 1

Borden worden slechts toegepast indien de inrichting van de weg in overeenstemming is met hetgeen bij de afzonderlijke borden is voorgeschreven.


Naast de meer algemene overweging dat een infrastructurele aanpassing altijd de voorkeur verdient boven een juridische maatregel met de veelal daaraan verbonden handhavingslasten, wordt aan een aantal met borden te treffen maatregelen de bijzondere voorwaarde verbonden dat de weg op een bepaalde wijze moet zijn ingericht, voordat het betreffende bord kan worden toegepast.


Bijvoorbeeld:

  • Het bord ’autoweg’ mag alleen worden toegepast op een weg of weggedeelte dat een bepaalde minimale lengte heeft, van vluchthavens is voorzien, enzovoort.
  • De maximumsnelheden 30 km/h en 60 km/h mogen ook slechts worden toegepast als aan bepaalde eisen is voldaan.


De inrichtingseisen dienen enerzijds uniformiteit, herkenbaarheid en verkeersveiligheid en anderzijds de handhaafbaarheid.


Artikel 2, UV BABW, hoofdstuk II, paragraaf 1

1. Borden worden niet toegepast indien daarmee een regeling beoogd wordt die overeenkomt met een gedragsregel of een ander verkeersteken.

 

Het lijkt zo sympathiek, maar dit soort (onder)borden maakt het voor de weggebruiker niet duidelijker.

Want betekent dit nu dat ik wel van links komend voorrang heb, mag brommen op een fietspad of parkeren buiten de vakken, als een dergelijk (onder)bord op een vergelijkbare situatie niet wordt geplaatst?

Néé, want de verkeersregel of het RVV-bord regelen al precies hetzelfde.


Het gebruik van borden om aan te geven dat een gebod of verbod eindigt is ook vaak overbodig.

 

Het bord B2 (einde voorrangsweg) wordt, behalve als voorwaarschuwing, niet geplaatst indien voor de kruisende weg bord B3, B4, B5 (voorrangskruispunt) of B6 (verleen voorrang) aanwezig is. Het bord A2-50 wordt niet geplaatst bij bord G5 (erf) en is ook overbodig bij bord H2 (einde bebouwde kom).


Artikel 2, UV BABW, hoofdstuk II, paragraaf 1

Ook indien het gewenste gedrag voortvloeit uit de weginrichting blijven borden achterwege.

 

Het bord F1 (inhaalverbod) is overbodig bij een doorgetrokken asmarkering en een dwangpijl D1 op de middenberm. Het bord G11 (voetpad) wordt niet geplaatst op een trottoir. Het bord E1 (parkeerverbod) wordt niet geplaatst langs een rijbaan met fietsstrook, omdat het parkeren op een fietsstrook of op de rijbaan langs een fietsstrook al verboden is.


Artikel 3, UV BABW, hoofdstuk II, paragraaf 1

Verkeersborden die een gevaar aanduiden worden slechts toegepast, indien het gevaar voor weggebruikers onvoldoende of niet tijdig waarneembaar is.


In het algemeen wordt aanbevolen om binnen de bebouwde kom geen voorwaarschuwingsborden toe te passen, tenzij het karakter van de weg dit noodzakelijk maakt (bijvoorbeeld bij maximumsnelheden > 50 km/h en onoverzichtelijke situaties). Echter bij onoverzichtelijke situaties verdienen, indien mogelijk, infrastructurele aanpassingen de voorkeur boven het plaatsen van voorwaarschuwingsborden.


Beperkte werking verkeerstekens

Een verkeersteken op een bord is alleen van kracht voor het wegvak waarlangs het is geplaatst. Bij een volgend wegvak dient het verkeersteken opnieuw te worden geplaatst. Dit komt door de wijze waarop ’wegvak’ in de wet is gedefinieerd:

een gedeelte van een weg tussen twee zijwegen of - indien geen zijweg aanwezig is - tussen twee punten waarop een verkeersmaatregel betrekking heeft.


Er zijn situaties waarbij het altijd noodzakelijk is om verkeerstekens toe te passen. Een voorbeeld hiervan is het aanduiden van een bepaald type weg zoals een autosnelweg met het bord G1 of een voorrangsweg met het bord B1. Borden die, indien van toepassing, na een zijweg opnieuw geplaatst dienen te worden, zijn bijvoorbeeld:

 

Bord A1 (maximumsnelheid)
indien wordt afgeweken van de algemene snelheidslimiet.
Bord B1 (voorrangsweg) buiten de bebouwde kom. Borden C1, C6 tot en met C22 (geslotenverklaring). Borden van hoofdstuk G (verkeersregel), zoals G11 (verplicht fietspad).


Aansprakelijkheid

Bij de vraag of een bepaald verkeersbord al dan niet noodzakelijk is of een toegevoegde waarde heeft gaat het vooral in termen van de rechtbank Leeuwarden (rechtbank Leeuwarden 14 april 2004, LJN: AU1604) om het volgende:
“Het komt er op neer dat er een afweging moet worden gemaakt tussen de vraag welke maatregelen een wegbeheerder ter beveiliging en informatie van een bepaalde situatie moet nemen enerzijds (lees hier: het plaatsen van duidelijke en voldoende verkeersborden) en de vraag welke situaties eenvoudigweg geen waarschuwing behoeven, omdat de wegbeheerder er vanuit mag gaan dat weggebruikers (het gevaar van) die verkeerssituatie kunnen overzien anderzijds.”


Deze uitspraak indachtig kan de wegbeheerder aansprakelijk zijn als hij op een bepaalde plek geen of te weinig verkeersborden plaatst of waarschuwingen geeft. Het is dus van belang een verkeerssituatie nauwkeurig in kaart te brengen. Bepaal welke borden je moet plaatsen om de weggebruiker op een verantwoorde en vooral veilige manier aan het verkeer te laten deelnemen. Maak hierbij gebruik van de BABW en UV BABW, de verkeerswetgeving voor de wegbeheerder.


Communiceren kan je leren

Goede wegkantcommunicatie vraagt enige voorbereiding. Maar als je bovenstaande uitgangspunten in acht neemt wordt het toch nog een abc’tje. Kennis over wegkantcommunicatie met verkeersborden kan je leren tijdens


In een tweede artikel ga ik in op zien en lezen van verkeersborden. In het derde en laatste artikel sta ik stil bij begrijpen en uitvoeren van hetgeen gecommuniceerd wordt.


Brongebruik

In dit artikel is gebruik gemaakt van de volgende publicaties:

 

Copyright ©2019 Peter Veringmeier

2 commentaren tot heden...


Betr: Wegkantcommunicatie is (geen) abc’tje - deel 1

Het blauw vierkante bord Parkeerplaats heeft dan wel een juridische betekenis maar hier is toch ook wel een van de parkeerplaats die een rol speelt om wel of niet dat onderbord "alleen in de vakken" toe te passen.
1. bij een P-plaats met een hoge parkeerdruk zie je in de praktijk regelmatig auto's buiten de vakken staan. Soms wordt dat veroorzaakt door aso's die daarmee de weg 'blokkeren' maar soms staan die auto's ook op plekken waar men niemand tot last is. Een onderbord kan dan helpen het gewenste gedrag te bevorderen.
2. Bij een P-plaats die erg ruim is opgezet en geen hoge parkeerdruk heeft is soms sprake van een gedeeltelijke fysieke parkeerinrichting en de rest is fysiek niet als vakken ingericht. (de overige inrichting is dan vaak te kostbaar voor het lage gebruik). De juridische oplossing lijkt mij dan dat parkeerbord niet plaatsen (dan mag je ook buiten de vakken staan). Maar toch kan dat bij de gebruiker de verwarring geven of dat wel de bedoeling is.
Ik zou dan toch dat Parkeerbord neerzetten met een onderbord "ook buiten de vakken". Juridisch kloppend of niet maar ik weet zeker dat iedereen begrijpt wat er wordt bedoeld.
3. En dan heb je nog de parkeerplaatsen waar mensen zich niet beseffen dat er expeditieverkeer komt. De ruimte voor personenauto's ruim voldoende is en dan denken ik zet hem wel even buiten de vakken; iedereen kan er nog makkelijk door. Dit komt zeer vaak voor. Met name nabij winkelcentra. Ik zou in die situaties daarom pleiten voor dat onderbord incl. "i.v.m. vrachtwagens" (want als mensen de reden weten zullen ze dat onthouden) én een gele streep.
NB ik heb het hier over dat een personenauto een vrachtwagen hindert maar andersom als die vrachtauto van 18 m lang met laadklep 20 m daar lost dan hindert hij wel tot 9 P-plaatsen van de personenauto's. Maar goed, dat is een kwestie van geven en nemen. Die ene hinderende personenauto zorgt ervoor dat de hinder andersom voor de vrachtauto EN de andere 9 auto's alleen nog maar veel langer duurt.

Door Ron Reijnders, bestekdeskundige op   donderdag 31 oktober 2019 10:52

Betr: Wegkantcommunicatie is (geen) abc’tje - deel 1

Beste Ron,

Al jouw redenaties lezend ben ik blij dat we in Nederland afspraken hebben gemaakt over de toepassing van verkeersborden. Als iedereen zou redeneren zoals jij, dan hebben we 18 miljoen meningen om er maar wel of niet een onderbord bij te plaatsen. Hiermee wordt de betekenis van een RVV-bord steeds verder uitgehold. Dit leidt tot precedentwerking, onbegrip en verwarring.

Het wordt er allemaal niet duidelijker op:
Neem bijvoorbeeld jouw derde voorbeeld. Je plaatst een E4-bord met een onderbord "i.v.m. vrachtwagens" én een gele streep. Het E4-bord betekent: parkeergelegenheid. Een gele doorgetrokken streep betekent "verboden stil te staan” (en dus ook verboden te parkeren). De automobilist zal zich dan afvragen wat hij nu wel of niet mag.
De weggebruiker in verwarring brengen is gelukkig een strafbaar feit. Tegenstrijdige verkeerstekens toepassen is dus niet de juiste oplossing. Daar zal ik meer over schrijven in het derde artikel: Begrijpen en uitvoeren.

De weggebruiker:
In jouw eerste voorbeeld denk je dat een onderbord helpt het gewenste gedrag te bevorderen. Feitelijk zeg jij dat één RVV-bord plaatsen het gewenste gedrag niet bevorderd, maar het plaatsen van een tweede bord (die precies hetzelfde zegt als het 1e bord) wel. Als jij denkt dat je hiermee asociaal gedrag kan voorkomen, dan kan ik je voorspellen dat dit nog tot veel teleurstellingen zal leiden.

Wegontwerp:
Diverse redenen die jij aandraagt zijn in de basis al fout bij het wegontwerp. Dat zie je terug in jouw tweede voorbeeld. Als de wegbeheerder daar voor een inrichting kiest die zichzelf verklaard dan heb je al die (onder)borden niet nodig.

De keuze van een verkeersbord:
Het is van belang dat de wegbeheerder een verkeersbord kiest die past bij hetgeen bedoeld is. In jouw derde voorbeeld heb je het over langsparkeervakken. Bij langsparkeervakken wordt géén bord E4 geplaatst. De weginrichting geeft al aan dat het om een parkeergelegenheid gaat. Omdat er geen E4-bord wordt geplaatst, is de aan dit bord verbonden regel dat uitsluitend in de vakken mag worden geparkeerd ook niet van toepassing. Als een vrachtwagen dus meerdere vakken in beslag neemt om te laden en te lossen is dat geen enkel probleem. Bovendien hebben we in Nederland een specifiek verkeersbord E7 voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen. Daar kan eventueel een onderbord met venstertijden bij geplaatst worden om het laden en lossen verder te reguleren.

Voor alle "eigen regeltjes" wil ik Nederland graag behoeden. Als jij wilt weten hoe je met toepassing van de regels die we gezamenlijk hebben afgesproken in de Nederlandse verkeerswetgeving parkeerexcessen kan voorkomen dan adviseer ik je de 4-daagse cursus PP2 'Geboden en verboden in het verkeer' te volgen. Eén dag besteed ik volledig aan parkeren.

Door Peter Veringmeier op   zaterdag 9 november 2019 16:12

Uw naam:
Titel:
Opmerking:
Beveiligingscode
Voer de hierboven getoonde code in de hieronderstaande box.
Commentaar Toevoegen   Annuleren